Spotify lanceert self-service advertentieplatform Ad Studio

Spotify lanceert het self-service advertentieplatform Ad Studio in Nederland. Na een succesvolle testfase in 2020 waarbij een aantal geselecteerde partners het platform in beta-fase kon testen, is de dienst nu voor heel Nederland beschikbaar.

In Spotify Ad Studio kunnen merken binnen een paar minuten een audio- en videocampagne  in het Nederlands opzetten en vervolgens targeten op interesse, geolocatie of moment van de dag. Onderdeel van Spotify Ad Studio is de gratis ingebouwde tool waarbij je een eigen script kunt uploaden waarbij je een voice-over stem en achtergrondmuziek kiest. Spotify levert dan binnen 24 uur een volledig geproduceerde en gemixte audio-advertentie op. Dit maakt het produceren van doorgaans kostbare advertenties nu voor een grote groep toegankelijk. Natuurlijk is het ook mogelijk om bestaande audio- of video advertenties te uploaden.

Spotify Ad Studio platform biedt daarnaast gerichte targeting mogelijkheden, die een relevant publiek bereiken in een passend format, op de juiste plaats en moment.  Zo kun je als adverteerder kiezen om te targeten op basis van tijdstip, locatie, interesse of real-time context om de boodschap over te brengen. Het minimum budget om een campagne te starten is 250 euro. Zo helpt Spotify grote en kleine bedrijven om audio- en videomediacampagnes op te zetten in een betrouwbare, kwalitatieve omgeving.

Luistertijd neemt toe
De populariteit van het streamen van on-demand content neemt nog altijd toe. Het groeiende aanbod van muziek en podcasts zorgt ervoor dat ook Nederlanders steeds meer audio luisteren. In Nederland zijn er 1,7 miljoen mensen met een gratis Spotify account waarbij advertenties worden getoond. Zij luisteren gemiddeld 6,5 uur per week. Voor adverteerders biedt dit de mogelijkheid om op elk moment van de dag contact te leggen met hun doelgroepen, op een unieke plek waar andere digitale media niet aanwezig zijn. Daarnaast hebben gebruikers op platforms zoals Instagram of Facebook vaak het geluid uitstaan, waardoor een boodschap van een adverteerder minder goed overkomt. Spotify gebruikers hebben altijd hun geluid aan.

Dit artikel verscheen eerder op

Nationale Kortingsmonitor 2021: ‘Online neemt de rol van de papieren folder langzaam over’

Onderzoek door de NKM toont aan dat eigen websites, Google en de digitale folder een grotere rol zijn gaan spelen in de zoektocht naar kortingen door de consument.

In vergelijking met andere jaren zijn papieren folders en het rondkijken in winkelstraten minder belangrijk geworden in de zoektocht naar kortingen, ontdekten de onderzoekers. ‘Consumenten die actief op zoek gaan naar korting doen dit vooral online, met name op de websites van de winkels zelf, via Google of ze downloaden een folderapp. Verder is het aantal Nederlanders dat met het aanschaffen van een product wacht tot er korting wordt geboden in de afgelopen vijf jaar significant toegenomen.’ Dit en meer blijkt uit de nieuwe Nationale Kortingsmonitor editie 2021.


Digitale revolutie
Online informatiebronnen zoals websites van winkels, Google en digitale folders zijn in de afgelopen jaren een grotere rol gaan spelen in de zoektocht naar kortingen. Met name het gebruik van folderapps is in de laatste drie jaar aanzienlijk toegenomen. Uit cijfers van de Nationale Kortingsmonitor 2021 blijkt dat inmiddels zeven op de tien Nederlanders online folders raadplegen. Vier op de tien doen dat zelfs elke week. Mogelijk zijn de ontfoldering in veel gemeenten en de coronacrisis aanleiding voor de versnelde digitale revolutie.- ADVERTENTIE -javascript:void(0)powered by 


Black Friday steeds belangrijker
Nederlanders laten hun koopgedrag, in vergelijking met 2016 en 2019, meer afhangen van de korting. Zo is het aantal consumenten dat met het aanschaffen van een product wacht tot er korting wordt geboden in de afgelopen vijf jaar significant toegenomen. Ongeveer twee op de drie Nederlanders wachten bijvoorbeeld op de winter- en zomersales. En ruim veertig procent, met name jongeren, wacht op speciale kortingsdagen als Black Friday. Een stijging van veertien procent ten opzichte van 2019.


Aantal impulsaankopen toegenomen
Het aantal consumenten dat ‘toegeeft’ op zoek te gaan naar korting is tevens gestegen. Met name de jongere doelgroep geeft aan actief op zoek te gaan naar korting, terwijl ze het product waarvoor de korting geldt eigenlijk niet nodig hebben. Bij een korting van ongeveer veertig procent komen de meeste mensen in de verleiding. Wat in de onderzoeksresultaten verder opvalt, is dat vooral op voedingsgebied het aantal impulsaankopen is gestegen. Voor schoenen, reizen, boeken, meubels en tassen is het aantal impulsaankopen in de laatste vijf jaar gedaald.
(PvWK, foto boven: Artem Beliaikin/Pexels)

Lezers van MarketingTribune kunnen het volledige rapport hier downloaden.

Dit artikel verscheen eerder op 

[Mijn Marketing] Sandra Arkesteijn

Sandra Arkesteijn SMP werkt als interim manager of in specifieke opdracht voor opdrachtgevers met een grote diversiteit aan sectoren, structuren en vraagstukken. De meeste daarvan zijn gericht op B2B. ‘Ik noem dat het toevoegen van marketingpower aan het team van de opdrachtgever.’

SENSUEEL
Die commercial waarin zij van Toren C tijdens een online vergadering wordt afgeleid door haar man die sensueel kookt met groente van Jumbo. Inspelen op de actualiteit met humor én verleiding. Spot on!

FLETS
Alle communicatie die flets is en containerbegrippen gebruikt zoals ‘alles’, ‘iedereen’, ‘samen’ en ‘voor de wereld’ raakt me niet en gaat bij mij direct in de mentale prullenbak.

KEES DE BOEKHOUDER
Goede marketingcampagnes hebben een krachtige kern (Behoefte, Belofte, Bewijs), beeld en teksten die ‘clean’ zijn en kloppen én bedrijven die hun eigen plek innemen. Kijk bijvoorbeeld maar naar de socials van Hema of naar de website van Kees de Boekhouder.

MISSIEWERK
Ik maak me zorgen over de marketing door het MKB. Ik richt me, in tegenstelling tot vele collega’s die voor ‘de groten’ gaan, op het MKB als opdrachtgever. Hier kan ik veel meer betekenen. Het MKB is de drijvende kracht achter de Nederlandse economie en de markt is volop in beweging. En daarnaast zijn ondernemers gewoon leuke mensen! Ze houden je als zelfstandige goed scherp als het gaat om toegevoegde waarde leveren. Ik houd hen op mijn beurt weer scherp in wat zij voor hun klanten kunnen en moeten betekenen. Maar ‘wij van marketing’ hebben nog heel wat missiewerk te doen om de kracht en toegevoegde waarde van ons vak breed onder hun aandacht te brengen. Ik zie teveel bedrijven die blijven hangen bij het aannemen van een ‘contentproducent’. Ik zie innovaties die onvoldoende het ‘licht’ van de markt zien, doordat de behoefte van de toekomstige klant er te weinig bij betrokken wordt. Ik zie goede oplossingen voor onze maatschappelijke uitdagingen die te weinig mensen bereiken. En ik zie nog veel meer niet benutte kansen om de (Noord) Nederlandse economie te versterken, waar marketing écht een verschil kan maken.

UITDAGING
De grootste uitdaging van de marketeer? Het kiezen van een ontwikkelrichting die bij jouw persoon past én je aantrekkelijk voor de markt maakt. Ons vak versnippert zich in rap tempo doordat er steeds meer data en kanalen bij komen. Hoe blijf je wendbaar in je carrière, als je in een niche als specialist duikt? Of het omgekeerde, hoe bewijs je dat je niet louter een projectleider, maar een sterke marketeer bent, als je als generalist specialisten bij elkaar brengt rondom bijvoorbeeld een campagne?

MONSTERS
Ik heb twee favoriete marketeers. Micael Dahlen, gepositioneerd als de rockstar-marketingprofessor uit Zweden, maar voor mij persoonlijk een kruising tussen een hippie en een doodgraver met fascinerende, haast filosofische gedachtes. Hij maakte zijn opwachting in 2018 tijdens Nima Marketing Day en sneed drie grote thema’s aan die mij inspireerden: Wat de mens onderscheidt van andere dieren, wat de nadelen van digitale transformatie zijn (schermverslaving) en waar wij mensen gelukkig van worden. Ik heb meteen het boek Monsters van hem gekocht, waarin hij zocht naar het antwoord waarom veel vrouwen willen trouwen met massamoordenaars die in de bak zitten. Inderdaad, waarom zou je?
Mijn tweede is Marcia Moestoredjo. Ik leerde haar een aantal jaren geleden kennen tijdens een Nima-bijeenkomst, waar ze toen zoekende was naar ‘haar ding’. Ik waardeer haar stiekem niet alleen vanwege haar marketeer-zijn, maar vooral de power die zij als ondernemende vrouw laat zien en het lef dat ze toont om in een door mannen gedomineerde IT- en technische wereld ‘ons’ vak neer te zetten en te verspreiden. Op een prikkelende en uitdagende manier. Daar hou ik wel van.

TAKKIEWEER
Ik ben Hema-fan. Lekker Hollands, vindt zichzelf steeds weer opnieuw uit in een veranderende maatschappij. En ik geniet van hun humoristische, op het randje van cynische, socials zoals ‘Het is echt Takkieweer’ op een typische herfstdag ‘Your worst nightmare’ op vrijdag de 13e.

BEEN THERE, DONE THAT, ERASED IT
Ik ben een oude tut, ik weet het. Ik verslind papieren boeken, kijk nog lineair tv en doe slechts een enkele keer aan bingewatchen op Netflix. Met mijn nee/nee-sticker heb ik wel afscheid genomen van krantjes en folders, maar daar houdt het hippe dan ook op. Podcasts luister ik niet, doe mij maar Spotify of een Teams-meeting tijdens een wandeling. Clubhouse? Been there, done that, erased it. Ik probeer beheerst online te consumeren. Voor mij dus geen Twitter. Met mijn dochter doe ik regelmatig Snapchat-poses voor haar camera voor de lol en leert ze me Tiktok-dansjes op mijn jeugd-guilty pleasures. Insta gebruik ik selectief als ik inspiratie zoek, Facebook als ik uit elkaar barst van plezier of geluk en dat stante pede met vrienden wil delen. Maar het meest zit ik op LinkedIn, voor het onderhouden van mijn netwerk en kennis. Ook lees ik graag de print van Quest en MarketingTribune. Voordat je denkt dat dit een glad verkoopraatje wordt: ik lees ze op de wc. Lekker rustig, alle tijd, één artikel per keer. Moet jij ook eens doen 😉

Dit artikel verscheen eerder op 

Monitor consumentengedrag: Lessen van én voor de evenementenbranche

silhouettes of hand in concert.Light from the stage.

Met de nieuwe versoepelingen op de coronamaatregelen in aantocht, zoomt het expertteam van de Monitor Consumentengedrag in op de horeca- en evenementenbranche. Kleinschalige offline evenementen zijn alweer een tijdje toegestaan en online evenementen worden goed bezocht, maar in de post-anderhalve-meter-samenleving heeft de horeca- en evenementenbranche het nog steeds moeilijk. Ook musea zitten nog in zwaar weer.

Minder bezoekers (en dus minder budget) moeten echter geen redenen zijn om te stoppen met adverteren: juist nu is het belangrijk om te blijven communiceren. Opnieuw barrières identificeren en met communicatie wegnemen kan hernieuwde groei stimuleren. Welke lessen kan de evenementenbranche nog meer trekken uit de afgelopen anderhalf jaar?

Online evenementen are here to stay
De evenementenbranche krijgt vanaf 25 september weer iets meer ademruimte. Maar nog steeds is het niet zoals vanouds. De deuren moeten sluiten om middernacht en een coronatoegangsbewijs is verplicht. Dat roept vragen op over de toekomst van de branche: in hoeverre zijn evenementen nog rendabel als het zo door blijft gaan? Wat zal de komende jaren de functie van online evenementen worden?javascript:void(0)


Bezoekt evenementen voornamelijk online onder de groep die wel eens een evenement bezoekt

Fysieke evenementen zijn steeds vaker weer mogelijk. Van de Nederlanders die weleens evenementen bezoeken, geeft 56% aan dit voornamelijk fysiek te doen. Daarnaast geeft bijna een derde (31%) aan evenementen zowel online als offline te bezoeken; 13% blijft ondanks de versoepelingen voornamelijk online bezoeken. Vooral opvallend is dat met name 18-54-jarigen evenementen online lijken te bezoeken (32% online + offline, 15% online). De groep 55-plussers geeft een duidelijke voorkeur aan offline evenementen (19% online + offline, 5% online). Hieruit blijkt dat voor de iets jongere Nederlanders online evenementen niet over lijken te waaien, ook al is er geen noodzaak meer toe.

Crowd control voor de optimale beleving
De voorspelling kan voorzichtig gemaakt worden dat online evenementen zullen blijven. Aan de evenementenbranche de taak om hier een slim verdienmodel voor te vinden. Net als bij de marketing voor elk ander product, is inspelen op consumentenbehoeftes de sleutel tot succes. Voor consumenten zijn online evenementen alleen aantrekkelijk zijn als ze iets toevoegen aan het offline evenement. Denk bijvoorbeeld aan mogelijkheden om een spreker uit het buitenland in te kunnen zetten, zonder deze over te hoeven laten vliegen. Of aan hoe Vrienden van Amstel tijdens de lockdown inspeelde op de behoefte aan samenzijn en gezelligheid.

Los van evenementen die volledig online zijn, zijn er ook andere lessen die we kunnen leren van de evenementensector in coronatijd. Denk bijvoorbeeld aan crowd control met time slots. In de toekomst hopelijk niet meer om besmettingen te voorkomen, maar wel om consumenten een optimale ervaring te leveren door middel van locaties die niet overvol zijn. Ook de integratie van een online en offline ervaring biedt een interessante mogelijkheid voor de toekomst van de sector. In de metaverse lopen on- en offline immers naadloos in elkaar over.

‘Na bijna anderhalf jaar is er in de markt echt sprake van een gedragsverandering die impact zal hebben op vele events. Niet meer een digitale toevoeging op een bestaand fysiek initiatief, maar echt ‘Digital First’. Een nieuwe wereld, waarin de spelregels nog geschreven moeten worden.’, aldus Marcel van Brenk, Partner bij EY VODW.

Online ben je samen
Eén van de lastigere dingen om rekening mee te houden met online evenementen en activiteiten is de wens om het saamhorigheidsgevoel te creëren. Velen van ons hebben zich in maart, april en mei vorig jaar gestort op online pubquizzes, vrijdagmiddagborrels en allerlei andere online activiteiten. Toch zijn de meeste van deze initiatieven een relatief snelle dood gestorven, omdat het toch niet zo voelde als het ‘normale’ offline alternatief. Ook al zit je samen in een call of meeting, je zit tegelijkertijd ook alleen thuis. Voor bedrijven en merken die toch iets online willen opzetten kan dat ‘eenzame’ gevoel een struikelblok zijn. Toch hoeft dat niet per se zo te zijn. Als we immers kijken naar de gaming wereld zien we dat daar plezier vaak wordt gevonden door kleinschalig (met één of twee vrienden) of op grote schaal (met een groep van 30 personen) samen te gamen in plaats van alleen.

Daan Muntinga, strateeg en wetenschapper: ‘Dat komt natuurlijk omdat gamen altijd een vrij solitaire bezigheid was. Vroeger gamede je alleen in je kamer tegen de computer, nu game je alleen in je kamer tegen de wereld. ‘Digitaal’ heeft dus een sociale laag over een bezigheid gelegd die heel lang heel individueel was. Waar digitaal voor gamen dus een verrijking is, is het voor een pubquizz of een vrijmibo toch vooral een verarming; een vrij mager alternatief in plaats van iets dat echt iets aan een activiteit toevoegt. Dus als we willen dat digitale drinkgelagen gaan werken, dan moeten ze “even better than the real thing” zijn – en dat zijn ze nu beslist nog niet.’

Musea moeten de krachten bundelen en barrières wegnemen
Ook voor Nederlandse musea is de crisis verre van over. Het aantal museumbezoeken daalde in 2020 met 60%. De Museumvereniging verwacht dat de bezoeken in 2021 nog verder zullen dalen, daarom hebben musea extra noodsteun aangevraagd bij het kabinet. In de Monitor Consumentengedrag zien we ook nog geen denderende cijfers voor de culturele sector terug. Zo’n 9% van de Nederlanders geeft aan de afgelopen twee weken geld uit te hebben gegeven aan culturele activiteiten. Hierin is wel een sterke groei te zien ten opzichte van een aantal maanden geleden. Eind maart lag dit percentage namelijk nog op slechts 2%. Een duidelijk verschil is terug te zien voor opleidingsniveau. Van de hoogopgeleiden heeft 16% de afgelopen twee weken geld uitgegeven aan culturele activiteiten, ten opzichte van 6% van de laag- en midden opgeleiden.

Wat kunnen musea en andere culturele instellingen doen om ondanks een krappe kas toch weer meer mensen te trekken? Het grootste deel van de Nederlanders heeft financieel niet of nauwelijks geleden onder de coronacrisis (integendeel, de koopkracht steeg het afgelopen coronajaar met maar liefst 2.2%!) en staat te popelen om weer leuke dingen te gaan doen. De culturele sector zette deze zomer dan ook een nieuwe campagne, ‘Mooier dan ooit’, op om samen consumenten te enthousiasmeren. Ook de Museumvereniging doet daaraan mee met de variant ‘Musea. Mooier dan Ooit’. Ze denken hierbij verder dan enkel de krachten van de musea te bundelen, maar werken ook samen met het Nationale Theater Fonds om zo de hele culturele sector meer onder de aandacht te brengen.

Het is belangrijk om te blijven adverteren, ook in zwaar weer. Een recent artikel van het Ehrenberg-Bass Institute, laat zien dat stoppen met adverteren een groot negatief effect heeft op sales. Door mensen bij de les houden en ze je merk niet te laten vergeten, ook op de momenten dat ze niet direct een museum zouden kunnen bezoeken, zal de kans groter zijn dat ze dat wel doen op het moment dat het weer kan.

Chris Janssen, Communicatiestrateeg Museumvereniging: ‘Uit onderzoek weten we dat het museumbezoek in 2020 met 60% is gedaald naar 13,2 miljoen. De daling van buitenlands bezoek, normaliter ongeveer goed voor een derde van het totale publiek, was nog veel sterker: 82%. Het is voor musea dus belangrijker dan ooit om de Nederlandse bezoeker te betrekken en te activeren. En juist om dat brede publiek te bereiken hebben de handen ineengeslagen met het Nationaal Theaterfonds om met een landelijke campagne de culturele sector in de schijnwerpers te zetten.’

Los van het opnieuw onder de aandacht brengen van de culturele sector, is het ook belangrijk om te bedenken welke barrières er nog zijn voor consumenten. Corona wierp natuurlijk duidelijke barrières op, maar die zijn tegenwoordig vrijwel allemaal verdwenen. Voor vrijwel alle sectoren geldt dat het een goed moment is om nu opnieuw de barrières te identificeren en weg te nemen.

De Monitor Consumentengedrag is een initiatief van onderzoeksbureau Validators en de VU.

Dit artikel verscheen eerder op 

Waarom internationale marketingteams zo worstelen

Merken met één hoofdkantoor en wereldwijd verspreide landenteams hebben vaak moeite om die in één soepel werkende marketingorganisatie onder te brengen. Verschillen in cultuur, opleiding, maar vooral gebrek aan kennis van de lokale markt, maakt dat het ene team vaak niet wil wat van het andere team moet. Daar valt vrij eenvoudig een mouw aan te passen. Bijvoorbeeld door het budget strikt te verdelen volgens de theorie van The Long and the Short of it.  

Vorige week sprak ik Roel Stavorinus op NMD; de auteur van het hoofdstuk Brand Design in de laatste Marketingfacts Jaarboek, blogger hier, maar vooral ook m’n partner in crime bij het fysiek bezoeken van het jaarlijks Festival of Marketing in Londen. Gaat wéér niet door, althans niet in real life Londen. Roel had – zo vertelde hij – net de mini-MBA Brand Management van marketingprofessor Ritson gevolgd en was er behoorlijk enthousiast over. De Australiër is een marketingpurist, maar wel één met een hoop praktijkervaring. Dat maakt z’n colleges smakelijk en boeiend tegelijk.

Laat het hoofdkantoor zich fulltime focussen op langetermijnbranding

Mark Ritson, die komende weken weer flink van leer trekt om publiciteit te scoren van al z’n mini-MBA’s én z’n optreden op het virtuele Festival of Marketing, schuift hier regelmatig door de coulissen en soms vergen z’n columns of spreekbeurten écht wat doorzettingsvermogen, maar die van vorige week was heel leesbaar. Althans, als je voor een internationale marketingorganisatie hebt gewerkt, herken je direct waar hij heen schrijft. En het leverde mij in ieder geval een heel concrete insight op.

Voor je je door een kostelijk epistel moet ploegen: Ritson ‘ontdekte’ een nieuwe en praktische toepassing van het The Long and the Short-verhaal van Binet & Field, specifiek voor bedrijven met een internationale marketingorganisatie. Laat het hoofdkantoor zich fulltime focussen op langetermijnbranding (met 60 procent van het budget) en laat de kortetermijnactivatie geheel over aan de inzichten van de landenteams (en laat hen dus met de overige 40 procent stoeien). Daarbij geeft hij drie praktische tips om de vaak erbarmelijke samenwerking tussen ‘het hoofdkantoor’ en de lokale wereldwijd verspreide marketingteams te verbeteren. Onderstaand zijn die uitgewerkt als 1, 2 en 3.

Stevig onder de duim

En voor je je verkijkt op een ‘internationale marketingorganisatie’: denk aan een willekeurige sponsor van de Champions League of adverteerder op Schiphol. Iets met één hoofdkantoor waar de besluiten worden genomen over een merk en een aantal landenkantoren waar die besluiten moeten worden uitgevoerd. Er zijn heel wat Nederlandse marketingteams in zo’n situatie met een HQ in Nederland (DSM, Swapfiets, G-Star, Basic Fit), of juist stevig onder de duim van het buitenlands moederbedrijf (alle automerken, de big techs, bijvoorbeeld, maar er zijn natuurlijk talloze voorbeelden).

Ritson gaat als vanouds en met veel overdrijven tekeer over het volledig gebrek aan begrip en vertrouwen tussen de marketeers, werkzaam op het HQ en ‘de landen’: of het nou over Duitsers, Zweden, Brazilianen of Japanners gaat, je hoort vaak iets als: “Waarom gebruiken ze onze positionering/activa/brochure/dingen niet?” Ritson, die ooit in zijn loopbaan verhuisde van het VK naar Australië: “Londen had me toegang verleend tot de gigantische, ijle wereld van het wereldwijde hoofdkantoor. Mijn nieuwe leven verschoof naar Sydney, Hongkong, Singapore en Shanghai. Dit waren even opwindende plekken, maar plotseling was de persoon voor wie ik werkte niet de ultieme merkstrateeg; ze rapporteerden nu aan hen terug in Londen of Chicago. Ik was een country marketeer geworden. Ik zag de matrix van de andere kant.”

“De landenteams haten het wereldwijde team”

Gemene deler van z’n observatie: het mondiale team heeft een hekel aan de landenteams omdat ze niet doen wat ze moeten doen. De landenteams haten het wereldwijde team omdat ze veelal onervaren zijn, niet begrijpen hoe de lokale markt werkt en de specifieke kenmerken van de specifieke uitdagingen, waarmee het landenteam wordt geconfronteerd, niet kennen. En beide partijen in die matrix hebben een geldig punt. Het wereldwijde team beheert eigenlijk geen enkel land. Ze hebben geen directe inkomstenstroom. Als de landen hun gedurfde nieuwe merkstrategie negeren of weigeren hun slinkse nieuwe wereldwijde advertentiecampagne uit te voeren, hebben ze nergens controle over of invloed op. Ze zijn letterlijk zinloos. En vaker wel dan niet zijn de lokale strategieën en campagnes die het landenteam en hun lokale instantie bedenken niet best.

Parmantige, onervaren MBA-studenten

Wereldwijde marketingfuncties worden volgens Ritson steevast vervuld door “parmantige, onervaren MBA-studenten wiens theoretische bereik aanzienlijk verder reikt dan hun praktische kennis”. Ritson: “Het kan heel moeilijk zijn om enig vertrouwen te stellen in een wereldwijd marketingplan als het wordt afgeleverd door iemand die 15 jaar jonger is dan jij, die je land nog nooit heeft bezocht en die niet eens de naam van de lokale concurrent kent, laat staan ​​zou weten hoe je met hen moet concurreren.”

“Het wordt meteen duidelijk welke global marketeers wél landervaring hebben”

Hoewel wereldwijde consistentie voordelen heeft, maakt een marketeer zich bij positionering zorgen over klanten, concurrenten en het product van het bedrijf. Slechts één van die drie dingen is in elk land hetzelfde, en dat betekent dat lokale marketingteams variatie kunnen en moeten eisen van die top-down bevestiging van wereldwijde consistentie. Ritson geeft drie tips om daar vanaf te komen:

  1. Ten eerste, en de belangrijkste, is het raadzaam om nooit iemand in een wereldwijde of internationale marketingrol te zetten vóórdat ze met succes een paar jaar met de poten in de marketingmodder hebben gestaan van minimaal één land: Het wordt meteen duidelijk welke global marketeers wél landervaring hebben, omdat die wéten hoe je met landenteams moet omgaan. Ze hebben zowel de ervaring als de feitelijke vaardigheden om landen te begeleiden.
     
  2. Vind ervan wat je denkt, maar Ritson is ervan overtuigd dat wereldwijde marketeers op het vliegtuig moeten stappen: “Nu het internationale reizen weer opengaat, mag covid geen excuus worden voor internationale onwetendheid. Wil je een wereldwijde marketeer worden? Kom uit het hoofdkantoor. Doe de moeite om je team in hun markt te bezoeken. Op hun voorwaarden. En als je daar bent, houd dan je bek en luister. Laat je rondleiden op de site. Praat met een aantal belangrijke klanten. Luister nog wat. In de dynamiek van wereldwijde marketing levert het je punten op als je met het lokale team in een karaokebar aan de verkeerde kant van de stad op een vreselijke manier wordt geconfronteerd met een MBA van Harvard. Vooral wanneer, net voor twee uur ‘s nachts, het lokale hoofd van marketing zich tot je wendt en in negentig prikkelende seconden uitlegt wat er echt aan de hand is voordat hij het podium op springt om Stand By Your Man te zingen.”
     
  3. Leer eerst over The Long and the Short of it. Binet & Field bestudeerden een hoop bedrijven die groeiden. Je hebt zowel merkopbouw op de lange termijn nodig om groei op te zetten, als activering op korte termijn om dat om te zetten en te ‘monetisen’. 60 procent naar lang en 40 procent naar kort. Als je denkt aan ‘the long of it’, stuit je op een focus op geavanceerde massamarketing. Over de behoefte aan een duidelijke, emotionele positie voor het merk. Voor onderscheidend vermogen en mentale beschikbaarheid. ‘The Short’ is meer tactisch. Het is gebaseerd op het targeten van specifieke segmenten voor onmiddellijke conversie en verkoop. Dus waarom zou je het wereldwijde marketingteam niet de hele tijd belasten met the long en de lokale landenteams in staat stellen om de short te pakken? Ritson: “Laten we in FMCG bijvoorbeeld toestaan ​​dat de wereldwijde teams 60 procent budget nemen en deze besteden aan meerjarige, emotionele, massale merkopbouw. En laten we de resterende 40 procent van het budget verdelen over de landenteams voor gerichte productactiveringen.”

“Een country marketeer waadt acht pagina’s door het deck”

Er is volgens Ritson niets dommer dan te denken dat wereldwijde marktsegmentatie werkt. Een wereldwijde marketeer geeft een hoop geld uit aan een groot onderzoeksbureau om gedragssegmentatie uit te voeren: “Ze creëren vier of vijf klantarchetypen op basis van wereldwijde gegevens en bouwen prachtige foto’s van de verschillende segmenten en hoe ze elk land moeten targeten. Vervolgens stuurt de wereldwijde marketeer een PowerPoint-deck van tweehonderd pagina’s met de nieuwe wereldwijde segmentatie en vertelt de landen om het voor alles te gebruiken. Een country marketeer waadt acht pagina’s door het deck, kan er niet achter komen welke van deze archetypen van toepassing zijn op hun klanten of hoe ze te identificeren.”

De reden voor dat terugkerende rampenverhaal is eenvoudig, stelt Ritson: Segmentatie maakt deel uit van de uitdaging van de lokale markt. Het moet lokaal op lokale markten worden gedaan als onderdeel van ‘The Short’. Wereldwijde marketingteams zouden zich moeten concentreren op het merk en de langetermijnstrategie voor het succes ervan. Lokale marketingteams moeten hen dit laten doen en hun voorbeeld volgen, door zich bezig te houden met lokale doelsegmenten, productpositionering en verkoop.

Dit artikel is geschreven door Luuk Ros en verscheen eerder op

Data: het nieuwe goud?

Data, het was één van de meest gebruikte woorden tijdens de NIMA Marketing Day van 9 september. En dat is natuurlijk ook niet zo verwonderlijk. Hoewel marketing geen exacte wetenschap is, doen we met zijn allen wel ons best om zoveel mogelijk grip te krijgen op wat we doen. We willen steeds meer weten en meten, om zo gericht actie te ondernemen en de ROI van deze inspanningen te kunnen bewijzen.

Dat we graag grip willen krijgen op de onze eigen marketingwerkelijkheid kun je menseigen noemen. Van oudsher zoekt de mens nou eenmaal naar betekenis en zekerheid. Maar zijn data voor marketeers dan ook de manier om dat te doen? Zijn data de nieuwe heilige graal, het nieuwe goud? Of is het eigenlijk gewoon een trend die na verloop van tijd ook weer verdwijnt? Dat was de centrale vraag tijdens de presentatie ‘De Toekomst van Data’ van Janita Sluurman en Jacqueline bij de Vaate (Eurofiber) op de NIMA Marketing Day.

Een terechte vraag als je kijkt naar het feit dat het steeds moeilijker wordt om bepaalde data te verzamelen. De AVG en het verdwijnen van third-party cookies helpen hier natuurlijk niet aan mee. Maar zoals Sluurman aangeeft zijn er nog zoveel meer soorten data. We creëren dagelijks met z’n allen immense hoeveelheden data, door onze online aanwezigheid, GPS, trackers en sensoren. Ook worden er meer data verzameld dan ooit tevoren, en is een feedbackformulier of een A/B-test niet meer weg te denken uit onze samenleving. Sterker nog, volgens Eurofiber is onze vitale infrastructuur en onze maatschappij afhankelijk van data. En dan hebben we het natuurlijk niet alleen over data die we als marketeers gebruiken. 

Data moeten niet worden weggestopt op één afdeling

‘Data zijn van iedereen en overal’. Het hoort wat Sluurman betreft dan ook niet weggestopt op één afdeling. Het is niet alleen team data, of team marketing dat zich met data bezig zou moeten houden, maar de gehele organisatie zou meer data-minded moeten zijn. Sluurman ziet deze mind-set verandering als cruciaal onderdeel van het succes van data. Om organisaties ervan te overtuigen te investeren in data, moet continue de waarde ervan worden ingezien en aangetoond. 

Jacqueline bij de Vaate

Tijdens de presentatie van Eurofiber bespraken Sluurman en Bij de Vaate daarom twee grote datatrends: social selling en hyperpersonalisatie.

Social selling

Op social media kun je tegenwoordig bijna alles verkopen, en als je dat doet verzamel je gelijk een hoop data. Je kunt namelijk precies zien hoeveel mensen je bereikt, wat de interactie is op jouw content, of er doorgeklikt wordt en of het conversies oplevert.

Eurofiber is een aantal jaar geleden begonnen dit pad van social selling te bewandelen. En dat hebben ze gedaan met behulp van influencer-marketing. Dat bleek toentertijd nieuw voor hun branche. Eurofiber verkoopt in de basis connectiviteit (B2B). Ze zijn op zoek gegaan naar IT’ers met een mooi netwerk. Die vonden ze ook, maar die mensen waren niet gewend om als influencer op te treden. Dat zijn ze wel gaan doen en met succes. Samen hebben ze content gemaakt en gepubliceerd, wat een hoop bereik opleverde en zorgde voor een natuurlijke aantrekkingskracht naar Eurofiber (pull-strategie). Dit kon volledig worden gemeten en de gehele funnel werd dan ook in kaart gebracht.

Janita Sluurman

Omdat deze tactiek goed werkte, is Eurofiber ook gaan kijken hoe ze hun eigen salesmensen in konden zetten als influencers. De accountmanagers hadden al een mooi netwerk (op LinkedIn) om mee te beginnen, maar om een groter bereik te krijgen diende ze ook hun eigen netwerk uit te breiden. Daar heeft team marketing hen bij geholpen en met succes. Door goede content te maken en te delen op de individuele accounts van de salescollega’s groeide de netwerken en ook het bereik op LinkedIn nam toe. Dat leverde in eerste instantie niet direct meer verkopen op, maar wel awareness, brand recognition, thought leadership en op de lange termijn dus ook meer verkopen.

Hyperpersonalisatie

De tweede datatrend die ze bespraken was hyperpersonalisatie. Omdat we zoveel data van mensen kunnen verzamelen en hier steeds meer mee wordt gedaan, gaat ‘de consument’ er ook vanuit dat je die data gebruikt. We vinden het dan ook ronduit irritant als we een advertentie krijgen voor een product dat we net hebben gekocht. Het geeft echt zo’n gevoel van ‘let eens op!’ Het is dan ook aangetoond dat de bedrijven die gebruiken maken van hyperpersonalisatie beter scoren dan de bedrijven die dit niet doen. Bij succesvolle hyperpersonalisatie gaat om het juist inzetten van de data om daadwerkelijk op de behoefte van de individu een aanbieding te doen. Hierbij verveelvoudigt de succesratio. Maar hoever kun je eigenlijk gaan? Want ja, het is nog wel te doen om iemand die net zijn vakantie heeft geboekt vervolgens een advertentie voor zonnebrand aan te bieden, maar er kan zoveel meer.

Nu verkoopt Google locaties in Pokemon Go, bijvoorbeeld aan Starbucks

Neem het spel Pokemon Go. Een spel waarbij je door middel van augmented reality Pokemon kan ‘vangen’ in het echte leven. Dit bedrijf is opgekocht door Google simpelweg omdat het zoveel data verzamelt. En nu verkoopt Google locaties in Pokemon Go, bijvoorbeeld aan Starbucks. Dat zorgt ervoor dat je een Pokemon moet vangen bij de Starbucks, wat leidt tot meer verkopen bij de koffieketen. Het wachten is nu dus op speciale Pokemon coffee waardoor je misschien nog wel een extra Pokemon kan vangen. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat Google jou alleen Pokemon laat vangen op de plekken waarvan ze weten dat jij er meer interesse in hebt. De mogelijkheden die er op marketingvlak zijn met de berg aan data die er is, is bijna oneindig te noemen.

Kortom data zijn overal en zijn here to stay.

Dit artikel is geschreven door Alva van Beek en verscheen eerder op

‘D’r op of d’r onder voor winkels komende feestdagen’

Black Friday verliest in rap tempo zijn populariteit, ook in de Benelux. Dat wijst een Sitecore-onderzoek uit waarin consumenten en marketeers werd gevraagd hoe zij het denken dat het feestdagenseizoen zal verlopen.

Digital-experienceplatform Sitecore durfde het aan om marketeers te vragen naar het aankomende feestdagenseizoen. Disclaimer, het betreft hier álleen B2C-marketeers met meer dan 100 collega’s, door de onderzoekers benaderd uit een actief beheerd online panel en gestimuleerd met beloningspunten. Maar toch, wij van de redactie houden van onderzoeken, al onthouden wij ons op persoonlijk vlak van voorspellingen over de aankomende maanden. We hebben afgelopen anderhalf jaar gezien hoe het voorspellingen verging…

Dat beseffen de ondervraagde marketeers ook. Maar liefst 97 procent maakt zich echt zorgen over veranderende gezondheidssituaties/regelgeving die de resultaten tijdens de feestdagen beïnvloeden. Dat hebben we natuurlijk vorig jaar gezien toen de winkels dichtgingen en onder andere PostNL verdronk in het aantal te bezorgen pakketten.

Heftige kop

De kop van het persbericht is in ieder geval best heftig: ’88 procent van de marketeers zegt dat de feestdagen dit jaar hun bedrijf zal maken of breken.’

Van de marketeers die voor een fysieke winkel werken, denkt 56 procent dat de feestdagen dit jaar de laatste kans is ‘om de waarde van hun winkel te bewijzen.’ Best bijzonder, niet? Eén op de twee? Maakt toch nieuwsgierig bij welke winkels deze marketeers werken. Blokker? Dille & Kamille? Etos? Hema? Maar kijken we naar de kop van het persbericht: in totaal dus veel meer marketeers! Ik heb even nagevraagd hoe dit zit. Het antwoord: de 88 procent is overkoepelend en gaat over merkmarketeers vanuit diverse sectoren die geen digital native e-commerce-merken zijn. “Dus merken die sowieso minimaal één fysieke winkel hebben.”

Ook uit het onderzoek: 72 procent van de marketeers gaat er vanuit dat digital native e-commerce merken het tijdens de feestdagen gaan winnen.

Vier trends

Van die marketeers zegt 86 procent er een ‘ervaringsgerichte bestemming’ van te maken dit jaar. Nou, dat is wel verstandig. Salesforce haalde januari dit jaar vier trends uit de toen net afgelopen maand december 2020 en trend twee is: klanten willen geïnspireerd worden. Dat is toch wel ervaringsgericht niet? Trend vier sluit hier ook bij aan: de fysieke winkel(ervaring) blijft essentieel.

Marketeers zijn druk bezig om customer engagement te stimuleren

Marketeers zijn druk bezig om customer engagement te stimuleren, schrijft Sitecore. “Nu third-party-cookies geleidelijk verdwijnen, verhoogt 36 procent van de marketeers de waarde van kortingen en andere diensten aan consumenten in ruil voor hun gegevens.” En 83 procent wil deze feestdagen een abonnements-contentprogramma introduceren om de customer engagement te vergroten.

Black Friday passé?

En dan hebben we nog de geïmporteerde koopdagen onder de noemer van Black Friday en Cyber Monday. Wat zeggen de Benelux-marketeers daarover? Volgens Sitecore neemt het enthousiasme voor Black Friday-acties af. Vorig jaar deed 81 procent van de ondervraagde merken nog mee, dit jaar zal dat uitkomen op 73 procent.

84 procent vindt dat Black Friday achterhaald is en een negatieve stempel draagt (‘consumentisme’). 83 procent wil de pandemie aangrijpen om Black Friday-verkoopactiviteiten te ‘resetten’. Zo geeft 68 procent aan Black Friday-promoties te beperken tot het enige weekend op de kalender. Sitecore: “Dit uit angst om hun merk te devalueren en het hele jaar door de consumentenuitgaven te verminderen.”  Sitecore bracht het nieuws over verminderd Black Friday-enthousiasme al eerder naar buiten over de Britse markt. (PS. Lees voor je plezier ook even het artikel ‘Waarom we ons zo laten gaan op Black Friday‘, blijft leuk.)

Cyber Monday mag ook niet meer meedoen: 85 procent vindt deze verkoopdag niet (meer) bij hun merk passen.

Planning

Dan nog iets over planning. 27 procent van de consumenten wil eerder beginnen met shoppen, zo tussen juli en oktober. Juli is al voorbij, dus tijd om uit te startblokken te komen! Dat doen marketeers dan ook: 45 procent plant campagnes die eerder beginnen dan vorig jaar. 42 procent werkt met meer binnenlandse of lokale leveranciers om supply chain-uitdagingen te beperken. Verstandig! Een op de drie marketeers zegt te vinden dat hij/zij wel volledig voorbereid is op het aankomende seizoen (twee op de drie dus niet).

We gaan natuurlijk meer onderzoeken over de feestdagen voorbij zien komen, maar deze wil ik jullie voor nu niet onthouden. Mastercard kijkt alvast vooruit in de VS en de creditcardmaatschappij verwacht dat het aankomende feestseizoen gedefinieerd zal worden door – ook – consumenten die eerder zullen gaan shoppen, hogere prijzen en digitale belevingen. Bazen van winkels geven aan dat ze eerder begonnen zijn met de inkoop en dat ze consumenten aanmoedigen eerder hun aankopen te doen. Net als in de Benelux dus. 

Naam van het Sitecore-onderzoek: ‘Ho Ho YOLO-onderzoek’

Sitecore voerde het ‘Ho Ho YOLO’-onderzoek uit onder 1.009 Benelux-inwoners en 100 Benelux-marketeers (consumentenmerken, 100+ werknemers). Sitecore: “De deelnemers werden benaderd uit een actief beheerd online panel en werden gestimuleerd met beloningspunten, aangeboden door hun online panel.”

Dit artikel is geschreven door Kari-Anne Fygi en verscheen eerder op

[onderzoek] Digitale buitenreclame in een boost

In 2019 was Digital Out of Home Advertising (DOOH) goed voor ongeveer 28,3% van de OOH-advertentie-uitgaven, maar volgens nieuw onderzoek van Alfi denkt 48% van de reclamemanagers dat dit in 2025 meer dan 33% zal uitmaken.

Bovendien denkt een op de twintig advertentiemanagers dat de uitgaven voor OOH-advertenties meer dan 40% zullen uitmaken.

‘DOOH-reclame is een van de snelst groeiende en meest dynamische trends in de reclamesector en zal de komende maanden en jaren alleen maar toenemen’, zegt Paul Pereira, CEO van Alfi. ‘Het vermogen om campagnes met een hoge impact en op maat gemaakte campagnes te leveren, met uitgebreide en gedetailleerde rapportage, betekent dat meer reclamemanagers het willen gebruiken in hun strategieën en programma’s.’

De wereldwijde DOOH-advertentiemarkt was in 2020 ongeveer 41,06 miljard dollar waard, en tegen 2026 voorspelt 81% van de ondervraagde reclamemanagers dat deze zal stijgen tot tussen 50 en 60 miljard dollar.

Zesenvijftig procent van de ondervraagde advertentiemanagers verwacht dat het belang van de toegevoegde variëteit aan advertenties van DOOH tussen nu en 2024 dramatisch zal toenemen, en 53% zei hetzelfde over de relevantie van de campagne. De helft (51%) zei te verwachten dat het voordeel van DOOH met minder beperkingen, zoals geen adblockers, die persoonlijke apparaten kunnen hebben, drastisch zal toenemen.

‘Digitale technologie raakt steeds meer geïntegreerd met de veranderingen in de interactie van consumenten met adverteerders, en er komt nog meer’, vervolgt Pereira. ‘Nu is het zaak de juiste partner te vinden die deze voordelen niet alleen kan bieden, maar ze ook onder één ruit kan huisvesten, wat tijd en geld bespaart.’

Dit artikel verscheen eerder op 

Blokker omarmt e-commerce en wordt vanaf de grond herbouwd

Martin van Velzen, director marketing & e-commerce, presenteerde op de j.l. NIMA Marketing Day ‘Blokker nieuwe stijl’ en Kari-Anne Fygi, van onze zustertitel Marketingfacts notuleerde: ‘De sluiting van de winkels in december 2020 was een blessing in disguise.’

Blokker op de NIMA Marketing Day! Martin van Velzen, director marketing & e-commerce durft het aan. Nee, zijn merk kan nog geen zwarte cijfers laten zien, maar alle hens aan dek om ervoor te zorgen dat de retailer over vijf jaar nog steeds in het straatbeeld is te vinden én online. Hij vertelt over de grote veranderingen en over de cultuuromslag die moeizaam ging tót alle winkels de deuren moesten sluiten.

Martin van Velzen geeft de marketeers aanwezig in Silo 36 tijdens de NMD een primeur. Als eersten hoorden zij over de stappen die Blokker gaat zetten om het oer-Hollandse merk (Hollands klopt ook echt, want ooit begonnen in het Noord-Hollandse Hoorn) te ‘renoveren.’

Van Velzen: ‘Ik was wel verbaasd dat Nima mij vroeg om hier te komen spreken. Blokker is de afgelopen tijd nu niet bepaald een toonbeeld geweest van hoe het moet in marketing. Ik kan hier geen succes cases met jullie delen.’ De zaal lacht.

Vier marketingdirecteuren
We hoeven er niet al te veel over uit te weiden, lees het hier of hier, of in dit artikel van Bas Vermond. Van Velzen: ‘Het concern ging alle kanten op. We hebben de afgelopen zes jaar 36 verschillende directieleden gehad, en iets van vier marketingdirecteuren.’ Iedereen had een eigen visie en was druk met elkaar terwijl de klant wegliep. Dat ceo Michiel Witteveen Blokker in 2019 kocht bracht volgens Van Velzen weer visie in het bedrijf. ‘Michiel wil het bedrijf vanaf de grond weer opbouwen. Eerst de binnenkant aanpakken en dan de buitenkant. Een interne cultuuromslag voor elkaar boksen en dan verder.’

Verandering is bittere noodzaak. Van Velzen geeft ruiterlijk toe dat Blokker door de tijd werd ingehaald. Concurrenten als Bol.com, Action, Alibaba doken aan alle kanten op en de retailketen verdronk langzaam. ‘De automatisering was hopeloos verouderd. Zo wist Blokker niet eens wat de voorraden waren.’ In 2017 leed Blokker 344 miljoen euro verlies. Adapt or die dus.

Hij vertelt welke stappen Blokker zet/gaat zetten om er weer bovenop te komen: ‘ We zijn nu ongeveer 1,5- tot twee jaar bezig met de transitie. Maar het is echt door corona dat we stappen hebben kunnen zetten.’

Niet meer laten verrassen
De ‘nieuwe’ Blokker zal twee fundamenten kennen: maatschappelijk verantwoord ondernemen en toekomstbestendigheid. ‘We kunnen ons niet meer zo door de markt laten verrassen zoals is gebeurd. Blokker kan niet langer afhankelijk zijn van waar we verkopen. E-commerce, de winkels – maakt niet uit. We hebben ook geen gescheiden budgetten meer hiervoor.’

Maar laten nu juist die fysieke winkels Blokker een voordeel geven tegenover Bol.com. ‘We hebben gewoon 410 winkels die als minihubs kunnen worden ingezet.’ Wat de deur opent voor veel verschillende bezorg- en retouropties.

“Nee, het is zeker allemaal geen rocket science wat ik jullie hier vertel”

Ook heel belangrijk, een duidelijke propositie. ‘Nee, het is zeker allemaal geen rocket science wat ik jullie hier vertel, maar Blokker staat bij de klant voor huishouden en daar gaan we dus voor. Vier jaar geleden kon je bij ons ook nog sokken en onderbroeken kopen.’ Dat is voorbij, het draait nu vooral om ‘koken, tafelen en huishouden’.

‘Maar niet alle producten die hier onder vallen, passen in de winkel. Kunnen we ook niet zelf inkopen, maar anderen wel. Vandaar de marketplace Connect. Wij hebben het platform, derde sellers hebben de producten, die kunnen ze daar aanbieden’, aldus Van Velzen. Zo bepaalt Blokker welke a-merken het zelf verkoopt, maar biedt het platform de klant veel meer keuze. ‘We hebben dan vijf goedverkopende broodroosters in de fysieke winkel staan, maar online heb je veel meer keuze.’ Alle producten zijn online, maar ook in de winkel te bestellen.

Minder trouw aan a-merken
Maar Van Velzen zet ook vol in op private-label, zegt hij. “Mensen zijn steeds minder trouw aan a-merken en Blokker is bij a-merken afhankelijk van derden. Met je eigen merk kun je op de lange termijn innovatiever zijn, je hebt zelf controle over het merk. Deze producten komen vooral uit Azië en leveren Blokker meer geld op, want de marges zijn hoger, weet Het FD. Zo’n eigen product is bijvoorbeeld koffiecupjes (die dan weer niet uit Azië komen).

“Niets ten nadele van de medewerkers, maar de bedrijfscultuur was ouderwets, stoffig”

Van Velzen noemde al de interne cultuuromslag. ‘Niets ten nadele van de medewerkers, maar de bedrijfscultuur was ouderwets, stoffig. Men nam geen eigen initiatief, bleef afwachten. Mensen moest worden verteld wat ze moesten doen. Veranderingen bleven bij de medewerkers hangen.’ Er was geen ondernemersdrift. Zoals Blokker-ceo Jeanine Holscher vorige week in een interview aan Het Financieele Dagblad zei: binnen Blokker moet een start-up cultuur gaan heersen.’

Duizenden onverkochte gourmetstelletjes
Er moest een pandemie aan te pas komen om die start-upmentaliteit te ontwikkelen. Corona en de sluiting van de winkels in december bleken een blessing is disguise. ‘We waren bang om met duizenden onverkochte gourmetstelletjes te blijven zitten die we in december altijd veel verkopen.’ Natuurlijk, klanten konden ze online bestellen, maar toen werd het ook allemaal wat te veel voor PostNL en werden de levertijden te lang. Een gourmetstel pas in januari ontvangen, is toch echt te laat.

5.000 Blokker-medewerkers zaten ondertussen thuis. Was het niet een idee om hen in te zetten zodat Blokker zelf de pakketjes kon leveren? Ja, dat was best een goed idee, zegt Van Velzen. Alleen had Blokker totaal geen logistiek systeem hiervoor. En wat bleek, het personeel wilde maar wat graag meedenken. Ineens was daar die cultuuromslag. Michiel Witteveen zelf had hen gevraagd of ze wilde helpen om Blokker door deze moeilijke tijd te helpen, en dat bleek een schot in de roos. Op twee medewerkers na bleek iedereen mee te willen werken. ‘FNV mopperde nog, niemand had immers ‘bezorger’ in zijn functieprofiel te staan, maar het personeel wilde maar wat graag meewerken. Er was liefde voor de zaak.’

Er bleek veel verborgen betrokkenheid onder het wat oudere personeel te sluimeren. Bezorgdienst Blokker Express was geboren (zie ook foto boven). Sinds augustus 2021 biedt Blokker ook flitsbezorgdienst aan. Wat Gorillas kan, kan Blokker ook zegt Van Velzen, hoewel het niet de bedoeling is om een koffiezetapparaat binnen tien minuten te bezorgen. ‘Binnen een tot drie uur is ook prima.’

Het voordeel is volgens Van Velzen dat met de fietsbezorging van de 410 winkels, er minder bestelbusjes nodig zijn.

Geen glazen bol
‘De huishoudketen is er nog niet volledig bovenop, maar het recordverlies van drie jaar geleden is ver uit zicht. Zonder eenmalige baten leed het moederbedrijf vorig jaar 34 miljoen euro verlies,’ schrijft Het FD. Niemand heeft een glazen bol, maar de marketingdirecteur is voor nu al ontzettend blij dat Blokker niet hijgend en steunend in achterste linie probeert mee te komen. Als het om de eigen bezorgdienst vanuit de winkels gaat, vindt hij zelfs dat Blokker vooraan loopt.

‘Waar we over vijf jaar staan, weet ik niet. We werken hard om het tij te keren’, zegt Van Velzen. En dat is alleen maar mooi meegenomen voor als Blokker straks naar de beurs gaat.

Auteur: Kari-Anne Fygi, met dank aan onze zustertitel Marketingfacts

Martin van Velzen, director marketing & e-commerce Blokker, in actie op de NMD21

Dit artikel verscheen eerder op