Marketing-peilstok wijst op meer kennis over online

Kennistoets onder marketeers van corporates illustreert dat algemene marketingkennis goed vertegenwoordigd is.

Marketing lijkt soms een wat fluïde begrip, gelet ook op de soms wat zweverige discussies die erover wordt gevoerd, maar wie het vakgebied uiteen zet in vijf kennis-deelgebieden kan een redelijk beeld krijgen van de skills die aanwezig of juist afwezig zijn. Nu er meer dan tien grote bedrijven en daarmee meer dan honderd professionals door de NIMA Marketing Peil-teststraat gingen kun je zelfs wat voorzichtige conclusies trekken over algemene kennisniveaus.

We hebben als redactie nog geregeld contact met NIMA’s vorige directeur Martin Huisman, die bij de overdracht van de beroepsverenigings-scepter – ruim een jaar geleden – afsprak nog een tijdje werk te maken van het NIMA Marketing Peil; een toets om dat ‘algemene marketing-kennisniveau’ van een grotere marketingafdeling door te meten. We hebben ‘m daarover ook al eens geïnterviewd.

En we hebben ‘m in de beta-versie zelf ook weleens gedáán trouwens. Het voelt een beetje als een online assessment dat alle kanten van het vak opvliegt: een lange lijst vragen over marketing in het algemeen, online marketing in het bijzonder, (marketing)communicatie, verkoop en marktonderzoek. In grote lijnen zijn dat ook de specialisaties die NIMA aanbiedt met zijn portfolio examens A, B en C. De uitslag ervan geeft in grote lijnen weer welke kennis en vaardigheden aanwezig zijn in een marketingteam (of zelfs zijn oververtegenwoordigd) en waar nog wat gas kan worden gegeven met bijvoorbeeld opleiding of het aantrekken van talent. Het Marketing Peil is letterlijk een peilstok voor een héle afdeling of bedrijf.

Bespreekpunten voor POP-gesprekken

Martin wees ons erop dat er intussen meer dan honderd marketing-, communicatie- en salesprofessionals die werkzaam zijn in het Nederlands bedrijfsleven hebben deelgenomen. Onder meer Grolsch, ICS, Noordhoff, Consumentenbond en PostNL namen deel. Martin Huisman: ‘Zowel op individueel niveau als in teamverband werden prestaties en onderlinge verhoudingen beoordeeld en geanalyseerd. Dat leverde veel verbetervoorstellen, bespreekpunten voor POP-gesprekken, input voor afdelingsplannen en sturing voor educatiebudgetten op. Veel positieve reacties ook, van zowel de leidinggevenden als onder de deelnemers zelf’.

Het ‘beste’ deelnemende bedrijf scoorde als team 70 punten in de overall score. Wat in de totaalscore van de deelnemende bedrijven opvalt is dat sales structureel moeilijker ligt. Dat kán misschien worden verklaard door het ontbreken van basis-skills die je meekrijgt uit regulier hoger onderwijs: daar zitten bijvoorbeeld wel economie en wiskunde in, maar – bijvoorbeeld – geen commerciële-gesprekstechnieken en offertetrajecten.

In 2021 trok het gemeten niveau van online marketing nogal aan en dat gold ook voor algemene marketingkennis. Je kunt daar uiteraard een hele theorie achter zoeken, maar daarvoor lijkt de ‘n’ te klein. Wel interessant om te vermelden uiteraard. Huisman benadrukt ook op dat ‘kennis’ allesbehalve zaligmakend is, maar wel heel belangrijk voor een goed functionerend bedrijf: ‘met deze methodiek is dat makkelijk en feitelijk te analyseren, en we zorgen dat de test leuk is om aan deel te nemen’.

Het kán natuurlijk zo zijn dat de coronacrisis de algemene kennis en interesse over en van online in de hand heeft gewerkt. Wat verder opvalt – naast het ‘middelen naar een zeven’ als je hele afdelingen doormeet – is dat de kennis van marktonderzoek relatief goed scoort. Omgang met data en het trekken van analyse, het interpreteren van onderzoek en het stellen van een diagnose lijken goed te scoren. Dat moet de aanhang van fact based marketing en puristen als Ritson goed doen. Alles begint met het stellen van de juiste diagnose.

Ter illustratie: het marketingpeil zoals het op een dashboard verschijnt. 

Dit artikel is geschreven door Luuk Ros en verscheen eerder op

Marketing&Facts: Black Friday 21 met frisse tegenzin

The most wonderful time of the year? ‘Kerst kan retail dit jaar maken of kraken’

Regenzomer of hittegolf ten spijt: Dezer weken (!) worden de kerstcommercials alweer geschoten. Langzaamaan komt straks het jaargetijde van het traditionele ‘cadeautjes geven’ dichterbij. De tijd waarin de retail van oudsher floreert en de consument veel op pad is voor het doen van de (kerst)inkopen. Maar hoe zal dat dit jaar zijn? Hoe kijken de marketeers vooruit richting Black Friday en Kerst?

Feiten en figuren. De professional in marketing, communicatie en sales krijgt er eindeloos veel te verstouwen. In deze augustusmaand een aaneengesloten serie van recente ontdekkingen en vondsten uit de wilde wereld van marketing, media, social (en wat verder ter tafel komt).

Betrek dit vooral niet op jezelf, maar veel consumenten hebben in de lockdowns een klein kapitaaltje opgebouwd “en zie sparen maar als uitgesteld plezier“. Meer dan acht op de tien marketeers (83 procent) denkt dat de feestdagen dit jaar een make or break voor hun merk zullen zijn. Dat komt althans naar voren uit onderzoek van Sitescore. 45 procent de retailers met een fysieke winkel is zelfs van mening dat deze Kerst de laatste kans zal zijn om de waarde van een échte winkel te kunnen bewijzen.

‎Hoewel het grootste deel van de in- en aankopen tegen het einde van het jaar zal worden gedaan, zegt 28% van de consumenten dat ze van plan zijn om voor het einde van de zomer al geschenken te gaan kopen. De meest voorkomende reden hiervoor is om te profiteren van verkoopprijzen (46%), de kosten te spreiden (44%) en om drukte te vermijden (42%).‎

Meer dan twee derde van de marketeers plant dit jaar Black Friday-acties voor zijn of haar merk. De ultieme uitdaging voor de P van Prijs en de P van Plaats (nou ja en een hoop promotie natuurlijk ook, dus eigenlijk een megamarketingevent). Toch neemt de populariteit daarvan onder marketeers zélf af, geeft het onderzoek aan. Dat zou vooral komen doordat 33 procent van mening is dat deze dag, intussen alweer ‘traditioneel’ beschouwd als de start van het seizoen voor het doen van de kerstaankopen, voor hen synoniem staat voor massaconsumentisme. Daarnaast vinden ze dat de dag als concept verouderd raakt en het daardoor zijn glans verloren heeft. 

Dit artikel is geschreven Thomas Romers en verscheen eerder op

Marketing&Facts: QR-codes en veiligheid

Draagt het gebruik van QR-codes bij aan een veiliger winkelervaring?

We bevinden ons in maart 2021 als de eerste winkels na de lockdown weer langzaamaan open mogen. Vanaf de tweede dag van die maand mocht retail weer mondjesmaat klanten ontvangen, zij het met restricties zoals mondkapjes, afstand én het maken van een afspraak. Hoe draagt het gebruik van QR-codes bij aan het verbeteren van de winkelveiligheid en dus de winkelervaring van de klant

Feiten en figuren. De professional in marketing, communicatie en sales krijgt er eindeloos veel te verstouwen. In deze augustusmaand een aaneengesloten serie van recente ontdekkingen en vondsten uit de wilde wereld van marketing, media, social (en wat verder ter tafel komt).

Consumenten geloven dat QR-codes de winkelveiligheid zal verbeteren. Dat zeggen althans de onderzoekers van retailinnovatiebureau Outform. In samenwerking met Relish hebben zij 2000 mensen in het VK, de VS, Duitsland en Nederland ondervraagd om te ontdekken hoe het coronavirus de gewoonten en attitudes van de shoppende consument heeft veranderd. Outform is een retailinnovatiebedrijf trouwens. Relish zit in product sampling. 

QR-codes en de winkelervaring

Terwijl half Europa elkaar momenteel staat toe te zwaaien met al dan niet leesbare vaccinatie-QR-codes, kennen we de toepassing vooral van events en media. Uit het onderzoek halen de onderzoekers dat meer dan de helft (57 procent) van de shoppers tussen de 18 en 34 jaar gelooft dat QR-codes de winkelervaring veiliger kunnen maken. Let wel, het gaat dan om registratie QR-codes zodat duidelijk is wie er in de winkel is (geweest) om zo het risico op verspreiding van corona en andere mogelijke toekomstige virussen te verkleinen.

Scannen, scannen, scannen

De inmiddels meer dan tien jaar oude QR-code vindt zijn oorsprong in Azië. Daar was het fenomeen van het scannen van de code niet meer weg te denken uit het dagelijkse straatbeeld. In landen als China wordt er ook veel mee betaald. De QR heeft de plaats van het contante geld en de pinpas ingenomen. Hoewel de populariteit van QR-codes in het Westen nooit zo hoog was als in Azië, zijn er de afgelopen tijd wel veel ontwikkelingen geweest, vooral te ‘danken’ aan de coronapandemie.

Ook hier is de technologie nu troef geworden

Ook hier wordt het gebruikt voor contactloos betalen, registreren bij een restaurant- of winkelbezoek. Óf om je toegangsticket na een test te laten scannen bij de ingang van je favoriete festival. 40 procent van de respondenten geeft aan dat het toepassen van de QR-functionaliteit in de winkelstraten ervoor kán zorgen dat zij meer gestimuleerd worden om te gaan winkelen. “Een verhoogd gevoel van veiligheid is daarvoor de voornaamste reden”, aldus de onderzoekers.

Onder de 25- tot 34-jarigen is ook het percentage hoger; een kleine vijf op de tien (48 procent) voelt zich gestimuleerd om terug te keren naar fysieke winkels als daarbij een QR-code wordt toegepast.

QR en gegevensbeveiliging

Dat de QR-codes het afgelopen jaar noodgedwongen meer zijn toegepast in het dagelijks leven heeft mogelijk een positief gevolg voor toepassingen. Mensen zijn meer gewend geraakt aan het systeem, waardoor 57 procent van de respondenten aangeeft zich op zijn gemak te voelen op het gebied van gegevensbeveiliging bij het scannen van een QR-code in een winkel.

Beïnvloeding van het aankoopproces?

Ook in het winkelproces zelf is de QR-code aan een opmars bezig. Het is vaker mogelijk om producten in de winkel te scannen en zo meer informatie tot je te krijgen.

De onderzoekers geven aan dat er geen concrete relatie lijkt te zijn tussen de ‘barcode’ en de daadwerkelijke aankoop. Toch geeft 40 procent van de respondenten aan dat zij het gevoel hebben dat ze eerder een aankoop voltooien als er bij de winkelervaring een QR-code wordt aangeboden. 38 procent denkt dat de kans groter is om ergens actief te gaan winkelen als QR-functionaliteit wordt toegepast.

De afgelopen periode hebben veel consumenten kunnen ervaren welke invloed QR-codes hebben op winkelervaringen. 54 procent van de ondervraagde respondenten zegt dat de codes voor hen handig zijn omdat ze de mogelijkheid bieden om de functies en voordelen van producten in de wereld verder te verkennen.

Dit artikel is geschreven door Thomas Romers en verscheen eerder op

Marketing&Facts: Fysiek contact bevordert sales

Echt contact met je klanten heeft een positief effect op de bedrijfsresultaten

Hotelketen Accor komt in de lucht met een persbericht over hun onderzoek naar klantcontact. Onder 2000 thuiswerkende werknemers tijdens de pandemie, is de vraag uitgezet wat zij belangrijk vinden aan face-to-face meetings met klanten.

Feiten en figuren. De professional in marketing, communicatie en sales krijgt er eindeloos veel te verstouwen. In deze augustusmaand een aaneengesloten serie van recente ontdekkingen en vondsten uit de wilde wereld van marketing, media, social (en wat verder ter tafel komt).

Een hotelketen dat ‘écht contact’ onderzoekt mág je wantrouwen natuurlijk, maar dat maakt het onderzoek niet minder interessant. De onderzoekers geven aan dat de medewerkers verwachten dat zij 25 procent méér omzet kunnen maken als zij weer face-to-face met klanten kunnen gaan communiceren. Eén fysiek contactmoment zou volgens de ondervraagde medewerkers zelfs evenveel effect hebben als ongeveer drie video- of conferencegesprekken. Dat illustreert de waarde die écht klantencontact voor de medewerkers heeft.

Non-verbale communicatievormen

Als belangrijkste reden voor de uitkomst opperen de onderzoekers het gebrek aan non-verbale signalen. Dertig procent van de respondenten gaf aan het moeilijk te vinden dat zij via de online wegen niet kunnen zien hoe de (potentiële) klant non-verbaal reageert.

Online meetings worden gezien als té formeel

22 procent vindt het ook lastiger om via beeldbellen een praatje te maken en persoonlijke relaties aan te knopen. Online meetings worden gezien als té formeel en men vindt het lastiger om een band op te bouwen met de ander. Een vijfde van de medewerkers vindt dat.

Fysiek is simpeler

Niet geheel verrassend is de uitkomst dat fysiek klantencontact veel meer in trek is bij de ondervraagde professionals. Zij zien het, onder andere om bovenstaande reden, als minder uitdagend en laagdrempeliger dan videobellen. Daarbij heb je met fysieke contactmomenten doorgaans ook geen last van technische problemen als het wegvallen van de call of slechte beeldkwaliteit. 37 procent ervaart hier problemen mee.

Verlenen van gastvrijheid viel weg

Ook ziet men het niet kunnen bieden van gastvrijheid als tegenvaller. 18 procent geeft aan dat ze door de sluiting van de horecagelegenheden minder reden zag om klanten te ontmoeten en om met hen in contact te komen.

‘Een lunch of diner heeft een positieve invloed op de bedrijfsresultaten’

De respondenten zijn ervan overtuigd dat het aanbieden van een lunch of diner daadwerkelijk een positieve invloed heeft op de bedrijfsresultaten. Nu dat weer mogelijk is zien ze het als een impuls voor het aanzwengelen van de cijfers van hun bedrijf.

Back to normal

De bevindingen van de onderzoekers illustreren dat er een verlangen leeft naar terugkeer naar zowel het gewone zakenleven als het gewone sociale leven. Krap de helft van de medewerkers (47 procent) mist sociale interactie en het ontmoeten van mensen via het werk.

Sophie Hulgard, Senior Vice President of Sales van Accor in Noord-Europa, is er net als de medewerkers van overtuigd dat ‘het verlies van face-to-face business in het afgelopen jaar de emotionele en financiële waarde ervan heeft aangetoond’. Hulgard: “Technologie is een krachtig instrument, dat is wel gebleken. Maar het zal nooit het belang van het menselijke, fysieke contact in het bedrijfsleven vervangen.” Mooi onderzoek. WC-eendenborst met sinaasappelsaus.

Dit artikel is geschreven door Thomas Romers en verscheen eerder op

Ouderen bestellen liever direct bij restaurant, jongeren via platform

De coronapandemie is een grote driver geweest voor eten bestellen bij lokale restaurants.

46 procent van de Nederlanders bestelt een maaltijd liever direct bij een restaurant dan via een platform. Die voorkeur geldt vooral voor respondenten in de leeftijd 45-54 jaar. Jongeren tussen 18-24 jaar lijken deze voorkeur niet te hebben. Dat blijkt althans uit een recente enquête die in opdracht van ABN Amro onder 1.016 consumenten werd gehouden.

Een groeiend aantal mensen plaatsten tijdens de coronapandemie maaltijdbestellingen bij de lokale horeca. Ook mede door initiatieven als Support-Your-Locals en Koop Lokaal, konden restaurants ondanks de sluiting toch nog wat omzet genereren. Een deel van deze restaurants sloot zich aan bij een platform; een ander deel organiseerde het afhalen en bezorgen zelf via de eigen website en/of sociale media.

Schaalgrootte

ABN Amro meldt op basis van cijfers van FSIN (FoodService Instituut Nederland), dat maaltijdbezorging buiten platforms (dus níet via Thuisbezorgd en vergelijkbare delivery-brands), in 2020 met bijna een kwart miljard groeide, van 475 miljoen naar 778,8 miljoen. Desondanks zegt ABN Amro niet te verwachten dat maaltijdbezorging buiten platforms om, in de komende jaren minder hard zal groeien dan tijdens de coronapandemie.

De bank: ‘Dit heeft vooral te maken met schaalgrootte en IT-kennis die nodig is om de logistiek achter de bezorging kostenefficiënt te regelen. Actieve promotie en samenwerking tussen restaurants zal nodig zijn om de concurrentie van platforms het hoofd te bieden.’

Dit artikel verscheen eerder op

P&G-marketeers kunnen rustig slapen, ook nieuwe CEO ziet waarde marketing

FMCG-gigant krijgt een wisseling aan de top. CEO David Taylor maakt in november plaats voor Jon Moeller, nu nog COO en CFO van P&G. Taylor heeft aangegeven dat de nieuwe P&G-baas net als hij volledig achter de marketinguitgaven staat.

Meet the new boss, same as the old boss. Tenminste, als het gaat om de CEO van Procter & Gamble. Vertrekkend CEO David Taylor is een liefhebber van de strategie om te investeren in de marketing van sterke P&G-merken. Tijdens de presentatie van de jaarcijfers vorige week gaf hij zelfs aan dat innovatieve en goede merkcommunicatie verantwoordelijk is voor het stimuleren van de netto-omzet met 7 procent. (De afgelopen vijf jaar is de omzetgroei van P&G gestegen van 2 tot 6 procent). De marketinguitgaven stegen het afgelopen fiscale jaar met 11,6 procent tot 8,18 miljard dollar.

‘Marketeers hoeven zich geen enkele zorgen maken’

En, zo schrijft MarketingWeek, Taylor stelt de P&G-marketeers gerust: ook zijn opvolger Jon Moeller (COO en CFO van FMCG-gigant) belooft dat er voldoende in marketing zal worden geïnvesteerd, omdat het bedrijf voorop wil blijven lopen. Taylor: ‘Marketeers hoeven zich geen enkele zorgen maken. Marketeers kunnen zich geweldig voelen bij de benoeming van Moeller!’

Nooit brandmanager geweest

Moeller wordt de eerste CEO van Procter & Gamble die nooit brandmanager is geweest op weg naar de top sinds die titel 90 jaar geleden bij P&G werd uitgevonden.

Taylor tegen de P&G-marketeers: ‘De top van ons bedrijf is uiterst consistent als het gaat om marketing. Jullie kennen Jon Moeller allemaal heel goed, hij was een voorstander van de media-investeringen omdat ze zorgen voor markt(aandeel)groei en omdat ze helpen bij het vergroten van de bekendheid van superieure producten en merken.’

‘De top van ons bedrijf is uiterst consistent als het gaat om marketing’

Het draait om het creëren van waarde, gaf hij verder aan en niet om een deel van de kosten te verlagen. Jon is zeer betrokken geweest bij de beslissingen die ik en het leiderschapsteam hebben gemaakt.”

Taylor was in zijn praatje ook erg te spreken over de gedecentraliseerde benadering van marketing binnen P&G, en dat de afdelingen in de verschillende markten in de wereld zelfredzaam zijn en dat ze daardoor verantwoordelijk zijn voor het creëren van ‘top and bottom-line growth’.

Advertentie-uitgaven

P&G verhoogde zijn advertentie-uitgaven in 2021 met 850 miljoen dollar en aangezien het bedrijf nog geen lagere ROI ziet, is het van plan om te blijven investeren met een soortgelijk bedrag.

De vertrekkende CEO vertelde dat P&G niet alleen de marketinginvesteringen heeft verhoogd, maar ook het aantal ‘betekenisvolle innovaties’ die op de markt komen, heeft vermeerderd, met als gevolg groei in bijna alle verkoopcategorieën.

De rol van innovatie

P&G geeft aan dat innovatie het bedrijf in staat stelt zich goed aan te passen aan de behoeften van de consument  –  dit is de belangrijkste verkoopaanjager in alle categorieën. Taylor gaf ook aan dat duurzaamheid een steeds belangrijkere factor wordt voor consumenten bij het nemen van aankoopbeslissingen, een belangrijke reden waarom de FMCG’er zijn merkcommunicatie hierop aanpaste.

De bijna oud-CEO noemde als voorbeeld op wasmiddelmerk Ariel, dat in zijn campagne ‘Every Degree Makes a Difference-campagne’ consumenten aanmoedigde hun ecologische voetafdruk te verkleinen.

Dit artikel is geschreven door Kari-Anne Fygi en verscheen eerder op

Marketing&Facts: Wereldwijde marketingbudgetten

Marketinguitgaven nemen langzaamaan weer wat toe

Toen corona net in de lucht was en de eerste lockdowns van kracht werden, namen de marketingbudgetten direct af. De lastig te voorspellen toekomst en bijbehorende onzekerheid stemden veel marketeers niet altijd even optimistisch. Maar hoe zit dat nu? WARC zocht dat uit en wij lazen mee.

Feiten en figuren. De professional in marketing, communicatie en sales krijgt er eindeloos veel te verstouwen. In deze augustusmaand een aaneengesloten serie van recente ontdekkingen en vondsten uit de wilde wereld van marketing, media, social (en wat verder ter tafel komt).

Vorige maand kwam ‘marketingtotaalsite’ WARC met zijn laatste cijfers van de Global Marketing Index (GMI). En die laten noemenswaardige ontwikkelingen zien. Goed om te weten is dat de GMI een maandelijkse indicator is van de toestand van de wereldwijde marketingindustrie, op basis van de huidige omstandigheden. Als de indexwaarde boven de 50 staat toont dat een groei aan. Er is sprake van een daling als het cijfer onder de 50 uitkomt. Ook goed te weten: een marketingbudget mag hier worden opgevat als een ‘bruto marketingcommunicatie-mediauitgavenbudget’. 

De mondiale marketingbudgetten

De marketingbudgetten groeien voor het eerst sinds het begin van de coronapandemie. Europa leidt in de groei, op de voet gevolgd door Amerika. Azië-Pacific heeft nog te maken met een stagnerende groei, nadat daar eind 2020 en begin 2021 al een stijging in de begroting te zien was.

Uit de data komt naar voren dat de advertentiebudgetten voor out-of-home reclame voor het eerst sinds de corona-uitbraak weer aan het groeien zijn. De wereldwijde index voor de out-of-home marketingbudgetten kwam in juni voor het eerst boven de 50 uit, namelijk 51,1.

Alle media laten groei zien

Er zijn zes mediavormen geanalyseerd. Allemaal hebben ze in juni de beste prestaties geregistreerd sinds het begin van covid-19. Digitale media, mobiel en tv hebben de groei vastgehouden en zelfs wat versneld. De radiobudgetten naderen groei en ook bij de gedrukte pers neemt de daling af. Dat biedt hoop voor de volgende GMI.

Dit artikel is geschreven door Thomas Romers en verscheen eerder op

Marketing&Facts: Wie betaalt sport?

Aantal sponsorende gokbedrijven neemt af, construction & engineering neemt toe

Sport en sponsoring zijn met elkaar verbonden als de trein met het spoor. Ze hebben elkaar nodig. Zonder de bekende borden langs het veld en de logo’s op de sportkleding is het voor een sportclub of -event lastig om te blijven leven. Welke sector is momenteel het meest enthousiast om sport te sponsoren?

Feiten en figuren. De professional in marketing, communicatie en sales krijgt er eindeloos veel te verstouwen. In deze augustusmaand een aaneengesloten serie van recente ontdekkingen en vondsten uit de wilde wereld van marketing, media, social (en wat verder ter tafel komt).

We lazen mee met een onderzoek uit het VK wat interessante inzichten kan opleveren, maar ook weer een sportcultuur (en adverteerdersmarkt) op zich is natuurlijk. Elke twee jaar doet Caytoo daar onderzoek naar teamsportsponsoring. Ze maken een analyse van de hoofdsponsor die professionele voetbal-, rugby- en cricketteams in Engeland hebben. Aan de hand daarvan komen ze met trends en ontwikkelingen in het veranderende landschap. Wel goed om te weten: deze analyse heeft enkel betrekking op de hoofdsponsor van de club, niet op de sponsor van hun tweede of lagere niveaus.

De gokindustrie wordt ingehaald

Twee jaar geleden bekleedde de gokindustrie dáár nog de toppositie als het aankwam op sportsponsoring, maar dat aandeel is volgens Caytoo gehalveerd. Van 15,3 procent naar 8,1. Die daling wordt vooral toegeschreven aan voetbalsponsoring, want daar is het aandeel gambling gedaald met zelfs meer dan de helft: van 32,7 procent in 2019 naar 15,2 procent dit jaar.

Ondanks die daling blijven gokbedrijven nog steeds het meest voorkomende sponsortype van voetbalteams, terwijl dat bij rugby financial services is en bij cricket automotive en construction & engineering als meest dominante sponsorbranche.

Sporten maatschappelijk verantwoordelijker maken

Sportteams draaien vaker op sponsorgeld, afkomstig is uit andere sectoren. Dat heeft mogelijk weer te maken met een groter wordende vraag vanuit de samenleving om de professionele sporten maatschappelijk verantwoordelijker te maken. Vooral waar het gaat om fans en de bijbehorende communities.

Dat is ook weer terug te zien in de cijfers. Naast gokken is ook het aantal sponsors dat gelinkt wordt aan alcohol aanzienlijk gedaald. Dit terwijl het aantal sponsoren in MVO-sectoren als de milieu en gezondheidszorg een grote toename laten zien.

De verschuiving naar de digitale wereld

Door de pandemie is de wereld digitaler geworden. Daardoor is de dominantie van digitale bedrijven ook toegenomen en kiezen ook zij vaker voor het sponsoren van sport. Die ontwikkeling is ook terug te zien in de soorten hoofdsponsors. De sectoren IT Services-Software (plus 8 nieuwe sponsors), Automotive (plus 5, vooral door de toenemende populariteit van online retailers) en Telecom (plus 4) groeiden.

De groei van sportteams voor sponsoring in de bovenstaande sectoren is volgens de onderzoekers van Caytoon bijna volledig toe te schrijven aan de populariteit van vrouwenteams. Bedrijven erkennen vrouwelijke sportteams vaker als ‘professioneel’ en ontdekken dat ze mogelijkheden bieden bekendheid en erkenning te krijgen.

Dit artikel is geschreven door Thomas Romers en verscheen eerder op

Marketing&Facts: Podcastluisteraars

Van podcasts onderweg naar podcast thuis op de bank

Podcasts zijn niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Op weg naar het werk in de auto, via oordopjes op de fiets of luidkeels via de speakers in de woonkamer, overal kun je luisteren naar casts die je interesseren. Hoeveel mensen luisteren naar de digitale geluidsbestanden?

Feiten en figuren. De professional in marketing, communicatie en sales krijgt er eindeloos veel te verstouwen. In deze augustusmaand een aaneengesloten serie van recente ontdekkingen en vondsten uit de wilde wereld van marketing, media, social (en wat verder ter tafel komt).

Al in 2019 was duidelijk dat de groei van het aantal podcastluisteraars niet meer te stoppen was. Destijds kende Nederland meer dan vijf miljoen actieve luisteraars, aldus Consultancy.nl. Dat de mediaconsumptie van onder andere podcasts de afgelopen jaren zo is gestegen, komt met name doordat het zogenoemde ‘lineair consumeren’ van content, dus via radio, steeds meer onder druk kwam te staan door de opkomst van streamingdiensten als Spotify en andere muziek- en podcastapps.

De podcastmarkt vandaag de dag

Reuters Institute heeft met behulp van YouGov onderzoek verricht naar digitale-nieuwsconsumptie in twintig verschillende landen. Daaruit tekenen de onderzoekers op dat 31 procent van de bevolking die online ‘leeft’ in de afgelopen maand naar een podcast heeft geluisterd.

Podcasts worden vooral onderweg in de auto geluisterd

Toch is dat aandeel ten opzichte van het vorige jaar niet verder gestegen. Dat komt waarschijnlijk omdat veel dagelijks woon-werkverkeer is weggevallen door het gedwongen thuiswerken tijdens de pandemie. En juist dit dagelijkse moment in de auto is volgens het onderzoek een belangrijk moment om een podcast aan te zetten en uit te luisteren.

De consumptie binnenshuis is juist gestegen, wat de daling van consumptie onderweg compenseert. Zo is volgens de onderzoekers te concluderen dat de netto-coronaimpact op gebruik neutraal is geweest en dat het percentage van 31 procent precies hetzelfde is als vorig jaar.

Ierland podcastland

De onderzoeksresultaten schetsen dat de podcast het meest geliefd is in Ierland. 41 procent van de mensen met toegang tot het internet luisterde er naar een podcast. Dat is tien procent boven het gemiddelde in de twintig onderzochte markten.

Daarna volgen Spanje (38%), Zweden (37%), Noorwegen (37%) en de Verenigde Staten (37%). Ter vergelijking: slechts 22% van de online Britse bevolking luistert naar podcasts en slechts een kwart doet hetzelfde in Japan (25%) en Duitsland (25%).

Loopt Nederland achter?

Landen als Nederland, België, Duitsland en het VK laten juist cijfers zien die onder het gemiddelde liggen. Betekent dit dan ook dat de podcast hier (nog) niet in trek is of is er een andere oorzaak?

De onderzoekers wijzen het tweede punt aan als de mogelijke oorzaak. De cijfers kunnen vertekend zijn doordat de luisteraars in deze landen eerder kiezen voor het consumeren van openbare apps waar podcasts te beluisteren zijn. Dan komen deze cijfers onder ‘on demand radio’ in plaats van onder de podcasts.

Diversiteit in platforms

De grote diversiteit in platforms maakt het lastig om alle cijfers in één perspectief te kunnen beoordelen. Doordat er op iedere markt wel andere mogelijkheden en apps zijn om podcast-inhoud te consumeren, zijn de cijfers aanzienlijk vertekend. Zo wordt de app BBC Sounds veel gebruikt in het VK, kiezen de Amerikanen en Australiërs eerder voor YouTube-podcasts en hebben de Duitsers een voorkeur voor Spotify. In Nederland kun je je podcast ook luisteren via Apple, Juke en bijvoorbeeld de app van NPO Radio 1.

Waarom zijn podcasts hip en happening?

Uit het eerder aangehaalde onderzoek van Consultancy.nl komt naar voren dat ontspanning (67 procent) en amusement (56 procent) de belangrijkste redenen zijn om naar een podcast te luisteren. Toch zijn er ook genoeg redenen om juist níet naar een podcast te luisteren. In Europa en de VS worden redenen als ‘niet genoeg tijd’ en ‘de podcasts bieden me niets wat ik niet elders kan vinden’.

De mensen die wél luisteren kiezen hun podcasts vooral uit op basis van aanbevelingen van vrienden, familie en collega’s, én door te zoeken op internet. Al valt op dat het opzoeken van interessante podcasts via internet vooral iets is wat Europeanen doen.

Een analyse van WARC wijst uit dat internetgebruikers over de hele wereld per dag zo’n 55 minuten besteden aan het luisteren naar podcasts. Dat komt overeen met zo’n 27 procent van hun gehele audio-activiteit.

Door de populariteit van podcasts trekt het ook steeds vaker adverteerders aan om er reclameboodschappen op te plaatsen. Eerder beweerde MAGNA dat publiek van podcasts tot wel drie keer ontvankelijker is voor advertenties dan tv-kijkers. De ideale kans dus voor marketeers – zo lijkt, maar wc-eend – om zich met advertising op podcast te storten. Benieuwd of dat de populairiteit van negatief beïnvloedt…

Dit artikel is geschreven door Thomas Romers en verscheen eerder op