Facebook sluit zich aan bij Stichting Reclame Code

Facebook en Stichting Reclame Code maken vandaag bekend dat eerstgenoemde de ‘principes en doelstellingen’ van de SRC officieel gaat onderschrijven.

Met de gesloten overeenkomst bevestigt Facebook het belang van zelfregulering en het werk van de SRC. De stichting bevordert al sinds 1965 ‘verantwoord reclamemaken’, om de betrouwbaarheid en geloofwaardig van reclame op ieder platform te waarborgen. De SRC doet dit aan de hand van begrijpelijke regels, samengebracht in de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Gezond ecosysteem

Arno Lubrun, country director Facebook Benelux, zegt: ‘De Stichting Reclame Code is al meer dan een halve eeuw actief in Nederland en we zijn verheugd om hier nu deel van uit te maken. Een gezond en verantwoord online advertising-ecosysteem is van groot belang. Facebook wil met kennis en expertise graag een bijdrage leveren aan dit ecosysteem.’

Otto van der Harst, directeur van de SRC, vult aan: ‘Met deze manifeste ondersteuning van de zelfregulering kiest Facebook ervoor om samen met het adverterend bedrijfsleven actief mee te praten over het beschermen van consumenten en bevordert het de open en transparante handhaving van onze reclamecodes. Een belangrijkste stap voorwaarts en daar zijn we enorm blij mee.’

Dialoog

Toen in de zomer van vorig jaar door verschillende partijen werd opgeroepen Facebook te boycotten, is de Bond van Adverteerders (BvA) juist de dialoog met Facebook aangegaan, om te zorgen voor ‘een veiliger medialandschap’. Daar lijkt nu gehoor aan te zijn gegeven. ‘Dat heeft onder meer geleid tot deze belangrijke stap, waarmee Facebook zijn commitment toont om daadwerkelijk verantwoordelijkheid te nemen. Niet alleen voor de veiligheid van het eigen platform, maar ook voor de kwaliteit van het gehele Nederlandse medialandschap’, aldus BvA-voorzitter Erik van Engelen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Marketing Tribune

De hypocrisie van Twitter en Facebook

We kijken naar een beroerde film waarin Big Tech sociaal bewogen acteert om te kunnen blijven profiteren van de overheid.

Facebook werd opgericht in 2004 en ergens in 2006 zag Twitter het levenslicht. Het duurde nog drie jaar voordat ik mijn account aanmaakte, maar dat is inmiddels toch alweer 11 jaar geleden, dus in dat opzicht ben ik waarschijnlijk een Twitter-veteraan. In die tijd kon niemand bevroeden tot hoever de macht van deze social-mediaplatforms kon reiken. In een interview in The Financial Times in 2017 vertelde Trump, de ‘bijna voormalige’ president van Amerika, dat hij zonder Twitter geen president was geworden. Een aardige indicatie.

Met het einde van zijn termijn in het zicht werd zijn Twitter-account (bijna 90 miljoen volgers), verwijderd en konden we lezen dat De Donald Trump verdere toegang tot Twitter wordt geweigerd. Hij zou zich niet aan de regels van het platform hebben gehouden. Nu kun je dit in detail proberen te analyseren of dit inderdaad zo is, maar wat vooral relevant is, is dat dit mogelijk is. Dat iemand bij een social-mediaplatform wordt geweigerd omdat regels worden overtreden. Die regels zijn immers ook maar verzonnen. Je zou iets kunnen zeggen over wetgeving, maar wetgeving verschilt per land. Toegang tot Twitter is geblokkeerd in China, Iran, Noord-Korea, want te aanstootgevend. Onbedoeld een compliment omdat zo duidelijk wordt dat dit landen zijn waar vrijheid van denken als staatsgevaarlijk wordt gezien.

Nu Twitter de 45ste president van Amerika van het platform heeft verwijderd, wrijven de leiders van die regimes in hun handen. Wat zij allang wisten blijkt nu waar: social-mediaplatforms werken kennelijk destabiliserend. De platforms zijn gevaarlijk en kunnen aanzetten tot haat en geweld. Precies dé reden waarom ze in hun landen verboden zijn.

Lees deze blogpost van Tadek Solarz op