No Label, No Trademark

De Europese registratie van No Label is in 2014 ten onrechte verstrekt, aldus EUIPO.

Aiaiai! Onlangs werd nog eens pijnlijk duidelijk wat het risico is van een beschrijvende merknaam. Het Amsterdamse kledingmerk No Label verloor zijn Europese merkbescherming. Volgens het Europese merkenbureau EUIPO is het merk No Label niet onderscheidend voor kleding.

Het merkenbureau stelt dat No Label uit twee gewone Engelse woorden bestaat. Er wordt in Europa veel merkloze kleding op de markt gebracht en de gebruikelijk aanduiding daarvoor is ‘un-branded products’ of ‘no-label products’. Een dergelijke aanduiding moet door iedereen vrij gebruikt kunnen worden en mag niet door één bedrijf worden gemonopoliseerd. De Europese registratie van No Label is in 2014 ten onrechte verstrekt, aldus EUIPO.

En nu?

En zo heeft No Label plotseling no label in Europa. De registratie No Label voor kleding en voor de winkel is geschrapt. Het bedrijf bezit nog wel een Beneluxmerk, maar dat heeft vermoedelijk na deze uitspraak ook weinig toekomst. En wat nu? Je kunt natuurlijk in beroep, maar het is de vraag of dat zin heeft. Of je kunt heel veel reclame gaan maken en hopen dat je merk ‘inburgert’. Maar dat is een lange en erg kostbare weg. Ik heb eerlijk gezegd niet direct de oplossing.

Schoolvoorbeeld

De No Label-case is een schoolvoorbeeld van de risico’s die een ondernemer neemt als hij kiest voor een beschrijvend merk. Vanuit marketingperspectief kan het aantrekkelijk zijn, zo’n naam die de consument meteen veel vertelt. Echter als de naam teveel vertelt en eigenlijk gewoon beschrijvend wordt, dan heb je juridisch wel een probleem.  

No Label is beslist niet het eerste bedrijf dat zo zijn neus stoot. Dagelijks wordt veel merken de toegang tot het register ontzegd omdat ze niet onderscheidend zijn. Zo kreeg Campina (lang geleden) geen bescherming voor het merk Biomild voor yoghurt, lukte het Philips niet One Blade voor scheerapparaten te registreren en werd Nestlé de deur gewezen toen het het koffiemerk Pure Selections wilde vastleggen. No Label verkeert dus in goed gezelschap.

Dit artikel staat op Adformatie

(Blogpost Ingmar de Lange) ‘Hoe meet je het effect van je merkstrategie?’

Je merk is ontwikkeld, de verandering is zichtbaar en de buzz is voelbaar. Maar hoe meet het effect? Ik behandel klassieke principes, veelgebruikte methodieken en eigentijdse formules. En omdat er veel over te schrijven is, doe ik dat in twee delen. Gewoontegetrouw sla ik zaken graag eerst plat. Een sterk merk heeft in de kern twee effecten, beide zijn in beginsel makkelijk te meten. Als je merk sterker is dan concurrerende merken, kiezen klanten eerder voor jou en vergroot je je marktaandeel. In de basis is het meten van dit effect eenvoudig. Kies een algemeen product en geef het verschillende afzenders. Stel, je bent een energiemaatschappij. Je kunt een fictief pakket ‘Groene stroom’ aanbieden voor 105 euro per maand en dit zowel doen namens jouw merk als concurrenten. Wordt er gemiddeld vaker of minder vaak voor jou gekozen?

NIMA-docent Ingmar de Lange (Mastercourse Marketingcommunicatie) schreef een serie blogpost over branding en merkmanagement. Zijn blogreeks vindt je terug op

Waarom Corendon er niets van bakt en Koopmans wel

Dat merken ook in coronatijd reclame blijven maken, vinden veel consumenten prima. De Monitor Consumentengedrag van Validators en de Vrije Universiteit vraagt dit namelijk wekelijks uit bij een representatieve groep Nederlanders. Ruwweg 40 procent vindt hierbij dat merken ook nu gewoon reclame kunnen maken. Er is maar een klein deel (gemiddeld 7 procent) dat dit nu ongepast vindt. Deze percentages zijn vrij constant (zie grafiek), wat wijst op een constante houding.

Consumenten zijn wel meer verdeeld of reclame nu aangepast moet worden of niet. In de Monitor Consumentengedrag vindt bijna een kwart dat merken kunnen adverteren als altijd. Ongeveer vier op de tien vinden wel dat merken hun reclame moeten aanpassen. Hoe wordt in dit onderzoek niet uitgevraagd. DVJ Insights kwam met een hoger percentage consumenten dat vindt dat merken hun reclame moeten aanpassen, maar ook in dit onderzoek wordt niet duidelijk hoe dan precies.

Lees deze blogpost van Rob Revet SMP op

Businesscase voor rebranding: wat kost het, wat levert het op?

Van tijd tot tijd is je merk toe aan een update: of het nu gaat om een compleet nieuwe positionering of een doorontwikkeling van de visuele identiteit. Een vraag die in de board vaak als eerste gesteld wordt: wat gaat dat eigenlijk kosten en wat levert het op? In deze blog laat ik je zien hoe je een sterke businesscase opstelt voor merkinvesteringen.

Een merk is nooit ‘af’. Een sterk merk hebben én houden vraagt om continue aandacht en doorontwikkeling. De wereld verandert ten slotte ook in rap tempo, kijk naar de huidige tijd waarin ons leven zich voor 90 procent online afspeelt en we niet alleen thuis werken, maar ook onze dagelijkse boodschappen online doen. Maar denk ook aan de eisen die consumenten vandaag de dag stellen aan je ‘brand purpose’ en de nieuwe technologieën die impact hebben op je merk: van VR tot de opkomst van spraakgestuurde apparaten. Op zulke momenten kan je merk een update nodig hebben. Hoe stel je een sterke businesscase op voor merkinvesteringen?

Lees dit artikel op

Wat kan een merk doen tegen negatieve media-aandacht?

De coronacrisis is en wordt naast een maatschappelijke en economische crisis, ook een crisis op het niveau van individuele bedrijfsmerken – dat hebben organisaties als KLM en Hema op hun eigen manier al ondervonden. Negatief nieuws kan de reputatie van een merk ernstige schade toebrengen, omdat de meeste stakeholders hun informatie over bedrijfsmerken uit de media halen. Waarom heeft negatief nieuws zoveel impact? En wat kun je er tegen doen?

Lees dit artikel op

Ritson on the effectiveness factor that helped Lidl double its market share

When German discount retailer Lidl opened its first UK store in 1994, it entered one of the most competitive retail markets in the world.

Up against Tesco, Sainsbury’s, Asda and Morrisons, for two decades Lidl struggled to grow its market share any higher than 3%. Not only did its low-price offering lead consumers to assume it was low in quality too, Lidl was a small brand so the chances of increasing its share of voice and driving advertising profitability were also hindered.

To address these issues, Lidl launched its ‘Lidl Surprises’ campaign in 2014 – a move that ultimately led to the discounter becoming a key player in the UK grocery sector.

In this video, Marketing Week columnist Mark Ritson explains how this clever campaign and one crucial effectiveness factor in particular helped Lidl increase share of voice from 5% to 19%, deliver £2.7bn in incremental sales and tackled negative brand perceptions.

Lees dkit artikel en kijk de video bij Marketingweek

(Column Stephan Ledder) De zin én onzin van strategie

contentstrategie, redactie, online redactie, NIMA

Door Stephan Ledder*

Strategie. Er zijn veel boeken over geschreven. En veel organisaties vinden dat ze er iets mee moeten. Maar is dat wel zo? Is strategie zinvol Strategie was natuurlijk ooit een plan voor oorlogsvoering. Een strijd plan. Met andere woorden: een plan waarmee je in actie komt, nadenkt over de beste aanval en je verdediging goed inricht.

En dat is waar ik het regelmatig mis zie gaan. Veel organisaties vinden het eigenlijk prima om vast te houden aan de status quo. Goed  is goed genoeg. En als je dan vindt dat je iets met strategie “moet” loop je dus vast. Je beschrijft dan gewoon de dagelijkse praktijk. Alsof een generaal beschrijft dat zijn troepen eten, slapen en weer opstaan. Gek eigenlijk…

In die situaties is strategie (vorming) echt onzin.
En nog zo’n situatie waarin het onzin is: als je “soldaten” hebt die liever corvee doen, dan ten strijde trekken. Als je een cultuur hebt die niet uitnodigt om in actie te komen of sterker nog: spreekwoordelijk: “aan te vallen”.
“Culture eats strategy for breakfast” is een mooie quote van Peter Drucker. En hij heeft gelijk. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je geen strategie nodig zou hebben omdat je cultuur het plan toch om zeep helpt. Een leger heeft een cultuur waarin ze bereid en klaar zijn om in actie komen, maar zonder plan heet dat toch echt chaos. Met andere woorden: alleen als je de cultuur en het plan samen leidt tot “from good to great” heeft het opstellen van een strategie echt zin! En nu de troepen verzamelen!

 

*Stephan Ledder is partner van Business Openers

 

Webcare in de publieke sector: hoe wenselijk is een lollige toon?

 

De Beste Social Media staat vol met goede (en slechte) voorbeelden van organisaties die op social media persoonlijk, informeel of gewaagd uit de hoek komen. Zo zijn de reacties van luchtvaartmaatschappijen soms grappig, dan weer hartverwarmend. Aan webcare van commerciële organisaties is al veel aandacht besteed, zowel in onderzoek als in de praktijk. Maar gelden deze uitkomsten ook voor publieke organisaties? Hoe ‘menselijk’ praten gemeenten in webcare? En zitten burgers te wachten op lollige reacties?

Lees verder op Marketingfacts

Most marketers concerned about brand safety

78% of marketers believe the reputation of their brands has been harmed by the “unintended” placement of digital ads next to inappropriate content, a study from the CMO Council has found.

The executive network surveyed 316 marketers, as well as gathering qualitative feedback from numerous senior brand custodians. (For more details, read WARC’s in-depth report: Programmatic, brand safety, and the need for new strategies.)

And it revealed that the “inadvertent association” or “negative adjacency” of ads to offensive, extreme or otherwise undesirable material – be it images, topics, audiences or conversations – remains of widespread concern.

Bron en volledig bericht: Warc